Huisarts Rika Draijer begon twee jaar terug als praktijkhoudend huisarts in haar eigen buurt: de Merenwijk in Leiden. Het pand was vervallen, een team had ze niet. Nu zit ze in een nette, goed geïsoleerde spreekkamer, omringd door een hecht team en andere zorgverleners met wie ze dagelijks samenwerkt. Samen met Hugo van der Wedden blikt ze terug.
Je wilde graag huisarts zijn in je eigen wijk, waarom?
‘Kijk om je heen, hier wil je toch opgroeien als kind? Zo ruim en groen. Toen ik student was wilde ik hier niet dood gevonden worden, zo burgerlijk als het hier is, nu vind ik het hier heerlijk wonen met mijn gezin. Maar bij zo’n mooie wijk hoort wel herkenbare en laagdrempelige huisartsenzorg. Ik wist dat mijn voorganger moeilijk een opvolger zou vinden, mede vanwege de staat van het pand. Ik zag het eerst ook totaal niet zitten.’
Wat trok je over de streep?
‘Buurtdokters zocht contact. Eerst dacht ik: dan kom ik vast in loondienst en mag ik naar hun pijpen dansen, en dat is niks voor mij. Via collega’s kwam ik erachter dat het anders zit. Dat je met Buurtdokters praktijkhouder bent als huisarts. Medisch autonoom, maar met bedrijfskundige ondersteuning. Toen ben ik toch het gesprek aangegaan. In m’n eentje zou ik het niet kunnen, maar ik wilde wel graag huisartszorg behouden voor de wijk.’
Ik vond het pand ongeschikt, en patiënten dus ook.
Wat trof je aan toen je begon?
‘Een slecht onderhouden pand, absurd grote ruimtes die niet geïsoleerd waren. Je kon letterlijk verstaan wat er aan de andere kant van de muur besproken werd. Dat gebrek aan privacy kwam ook terug uit enquêtes onder patiënten voor de accreditatie. Ik vond het pand ongeschikt, en patiënten dus ook. Daarnaast was er geen team, en geen structuur.’
Werk aan de winkel dus.
‘En dat was nog best een uitdaging. Als we het pand kochten was er geen geld meer voor een verbouwing. Zou ik het huren van mijn voorganger, dan zou er niks veranderen. Buurtdokters vond gelukkig een aantal ethische investeerders die het pand wilden kopen én verbouwen. Daardoor ging de huur wel omhoog. Maar het is nu mede dankzij Mariken van Steen zo efficiënt ingericht dat ik meerdere ruimtes kan onderverhuren. Zodoende is het te betalen, terwijl de praktijk prachtig is.’
En tussen de verbouwing door?
‘We hebben tussentijds in twee tijdelijke ruimtes gebivakkeerd. En nog voor de verbouwing met hulp van Buurtdokters een team opgebouwd. Ook ben ik meteen begonnen met het aanbrengen van duidelijke structuren. Nog voor wede verbouwing in gingen hadden we de accreditatie rond. Zoals het gaat bij verbouwingen verliep niet alles volgens plan, maar achteraf gezien is het alles helemaal waard geweest. Gelukkig zat ik in de periode vanuit enthousiasme in een enorme high.’
Ik zit inmiddels ook goed in overlegstructuren in de buurt.
En nu staat het goed?
‘Nu staat het behoorlijk goed ja. Ik heb een klein maar hecht en deskundig team dat zelfstandig werkt op basis van duidelijke afspraken. We hebben heldere structuren: ’s ochtends bellen voor een afspraak, ’s middags voor uitslagen, een receptenlijn. Met Anne-Marlijn, de huisarts in loondienst, kan ik altijd fijn sparren. Op donderdag doen we allebei spreekuur. Dan nemen we ook de ruimte om ingewikkelde casuïstiek met elkaar te bespreken.
De overtollige spreekkamers verhuur ik aan zorgprofessionals met wie ik graag samenwerk: Een fysio, een diëtist, een internist en een POH-jeugd vanuit de gemeente. Het is organisch zo gegroeid, maar het pakt heel goed uit in de praktijk. Ik zit inmiddels ook goed in overlegstructuren in de buurt, met andere zorgverleners, zodat we elkaar weten te vinden als dat nodig is.’
Patiënten tevreden?
‘Die moesten in het begin wennen. Mijn voorganger was zeer geliefd, maar werkte anders. Je kon zomaar binnenlopen als je iets had. En ze deed visites aan het eind van haar werkdag. Bij mij moet je dus ’s ochtends een afspraak maken en doet de assistente eerst een triage. Visites doe ik tussen de middag. Natuurlijk kom ik direct als de nood aan de man is, maar voor de rest gedijen mijn team en ik goed bij duidelijke structuren. Vrijwel alle patiënten zijn daar inmiddels aan gewend.’
Bij mij maak je ’s ochtends een afspraak en doet de assistente eerst een triage.
Als praktijkhouder ben je ook leidinggevende, hoe is dat?
Ik voel mezelf geen baas. Daar maak ik wel eens grappen over met Anne-Marije, de praktijkmanager van Buurtdokters waar ik superblij mee ben. Moet ik nu heel autoritair gaan doen? Dat zit niet echt in me. Ik probeer leiding te geven vanuit enthousiasme. Door wat ik wil en waar ik voor sta voor te leven: dat betekent ruimte geven, vertrouwen uitspreken, maar ook vrij direct zijn als we vinden dat iets niet goed gaat. Fouten zijn menselijk, ze gebeuren, maar je moet er wel van leren.
Het ziekteverzuim is laag, de sfeer is goed, we hebben geen vacatures en iedereen krijgt en pakt de ruimte om te groeien en te doen waar hij of zij goed in is. Voor mij is cohesie heel belangrijk. Een huisartspraktijk is klein en daarmee kwetsbaar voor spanningen omdat je elkaar nauwelijks kunt ontlopen. Als er onderling iets zou spelen zou ik mensen meteen bij elkaar zetten. Binnenkort hebben we teamcoaching vanuit Buurtdokters, wie weet brengt ons dat nog dichter bij elkaar.’
Je was waarnemer. Is het een groot verschil nu je praktijkhouder bent?
‘Iemand komt met een klacht en die probeer je te verhelpen. Wat dat betreft is het hetzelfde. Maar het voelt wel anders. Ik ben nu echt dé dokter. Vroeger wilden patiënten graag bij mijn baas. En nu willen sommigen graag bij mij, al is Anne-Marlijn ook populair bij patiënten. Ook zij is immers een vaste huisarts in de praktijk, dus dat is niet te vergelijken met de rol van waarnemer.
Wat ook nieuw is? Ik krijg kaarten met kerst en soms zelfs souvenirs als mensen op vakantie zijn geweest. Dat had ik zelden toen ik nog waarnemer was. Het laat zien dat ze aan me denken. En eerlijk: ik denk ook wel eens aan m’n patiënten als ik op vakantie ben. Hoe zou het met hem of haar zijn? Niet dat ik er wakker van lig, maar het zegt wel iets over de band die je opbouwt als praktijkhouder.
Het grootste verschil zit hem in controle. Als ik vind dat iets niet oké is, of anders georganiseerd moet worden, dan gebeurt dat ook, want ik mag dat beslissen. De grenzen die ik nu hanteer zijn mijn grenzen. Vroeger werkte ik binnen de piketpaaltjes van iemand anders. Dat was soms best lastig. Op visite bij een patiënt die 35 minuten van de praktijk woont? Als waarnemer deed ik dat soms noodgedwongen. Als praktijkhouder ga ik het gesprek aan: is het niet beter een huisarts te zoeken die dichter bij u in de buurt woont?’
Kijk om je heen hoe mooi de praktijk is, en hoe goed het staat qua organisatie.
Ben je gegroeid als mensen en als dokter?
Ik denk het wel. We hebben in twee jaar tijd al zoveel voor elkaar gekregen. Kijk om je heen hoe mooi de praktijk is, hoe goed het staat qua organisatie en hoe fijn we samenwerken met elkaar. Wat dat betreft hebben we enorme stappen genomen. En het is allang niet meer zo stressvol als in het begin. Vroeger lag ik nog wel eens wakker aan het eind van een lang weekend of een vakantie, stress over wat er allemaal moet gebeuren in de praktijk. Mijn man zei laatst: dat heb je niet meer hè? Hij heeft gelijk. Ik sta er inmiddels veel meer ontspannen in.’
Tevreden met je keuze?
Ja, ik zou niet meer in de praktijk van iemand anders willen werken. Daar ben ik misschien ook wel te eigenwijs voor. Zelf de koers uit zetten is fijn, bepalen wat wel en niet oké is. Ik heb best wat veranderingen doorgevoerd, maar uiteindelijk heeft iedereen daar positief op gereageerd, zowel patiënten als collega’s.’
Dat is ook de romantiek van het ondernemerschap. Dat je zelf bepaalt hoe je praktijk eruitziet en aanvoelt qua sfeer.
En de balans tussen werk en privé?
Met die verbouwing was dat even lastig. De inrichting heb ik vooral tweedehands geregeld. Na m’n werk de stad door om een koffietafel op te halen en marktplaats afstruinen voor de mooiste plaat voor aan de muur. Maar dat is ook de romantiek van het ondernemerschap. Dat je volledig zelf bepaalt hoe je praktijk eruitziet en aanvoelt qua sfeer. Nu dat achter de rug is, is het allemaal goed te doen. Ik werk drie dagen in de praktijk, en daarnaast natuurlijk m’n diensten en de overlegstructuren in de wijk. Maar dat kan allemaal prima naast m’n gezin.
En hobby’s? Daar nog tijd voor?
‘Jazeker! Toen ik begon als praktijkhouder ben ik – om te ontspannen - aan een cursus aquarellen begonnen, en dat doe ik nog steeds. Het leuke is, als huisarts hou ik van controle, en aquarellen gaat juist alle kanten op. Je moet je telkens aanpassen aan wat het water en de verf doet. De ambitie is dat er ooit werk van mezelf in de praktijk komt, maar daarvoor is het nog net iets te vroeg.’



