17/7/2022

'Ik ben nu bijna alleen nog met patiënten bezig’

Thomas Knol heeft sinds 2016 een solopraktijk. Daarnaast is hij medisch manager van de lokale huisartsenpost. Het combineren van twee functies gaat lang goed, tot zijn hoofdassistente wegvalt. Het extra werk geeft hem na verloop van tijd zoveel stress dat hij contact opneemt met Buurtdokters om zijn praktijk over te dragen. Maar het loopt anders.

‘Ik kreeg het gewoon niet meer rond’, vertelt Thomas. ‘En alles wat bleef liggen spookte in mijn achterhoofd, ook als ik thuis was. De hoofdassistente deed veel taken zelfstandig, zoals de griep- en coronavaccins. Ik moest dat plots overnemen terwijl ik er nauwelijks ervaring mee had. En daar kwamen ook nog een paar personeelswisselingen overheen.’


Best een goed plan
‘Het viel me al zwaar dat er geen medepraktijkhouder was waarmee ik kon sparren. Maar nu werd ik echt overvraagd. De vervelende dingen, zoals het maken van een zomerrooster, ik had er de energie niet voor. En binnen het team was ik al een tijdje geen leuke collega meer. Daarom heb ik contact opgenomen met Buurtdokters.’


‘De insteek was om samen een nieuwe praktijkhouder te zoeken, maar Buurtdokters kwam met een andere optie. Probeer het een tijdje samen met ons, zeiden ze. Als het bevalt kun je gewoon praktijkhouder blijven. Zo niet, dan zoeken we alsnog een vervanger. Ik vond dat eigenlijk best een goed plan. Als zij de organisatie overnemen kan ik blijven als dokter.’


Mijn werk is veel leuker!
‘Ik was eerlijk gezegd ook gewoon nieuwsgierig. De insteek van Buurtdokters spreekt me aan: een langdurig partnerschap. Ik wilde ze de kans geven te laten zien dat het werkt. En als ik zie hoe weinig tijd ik nu nog kwijt ben aan praktijkzaken? Echt opvallend. En dat binnen een paar maanden. Mijn werk is veel leuker! Ik ben bijna alleen nog met patiënten bezig.’

‘Buurtdokters heeft zich ingekocht in de praktijk, wat betekent dat we samen een maatschap vormen. Ik ben medisch verantwoordelijk, zij dragen zorg voor de organisatie. Beslissingen nemen we gezamenlijk, in goed overleg. Het roosteren en andere belastende administratie hebben ze me gelukkig vrijwel direct uit handen genomen. En ze ontfermen zich over het personeel. Ik kwam er nauwelijks aan toe er voor hen te zijn, dat pakken ze goed op.’


Een concreet verbeterplan
‘Ik krijg wat dat betreft wel stevige feedback. Maar eerlijk is eerlijk: daar heb ik zelf om gevraagd. Het personeel heeft het een tijdje met minder ondersteuning moeten doen. Zij voelden ook wel aan dat ik doorheen zat. In gesprekken met de manager van Buurtdokters zeggen ze dat ze heel blij zijn in de praktijk, maar vervolgens komt er een waslijst aan dingen die ik in de toekomst anders zou kunnen doen. Dat is niet makkelijk om te horen, maar ik ben blij dat het naar boven komt.’

‘Voor mijn team is de aanwezigheid van Buurtdokters dus heel prettig. Er is eindelijk tijd en aandacht voor hun functioneren. En er ligt inmiddels een concreet verbeterplan op tafel. Dat gaat de nodige structuur brengen. Het controleren van urine bij verdenking UWI gebeurde vroeger bijvoorbeeld ad hoc. Gelijk nakijken, gelijk overleg. En dat bij ieder potje. Nu gaat alle urine in de koelkast en is er een vast moment voor alle controles. Veel efficiënter! Mijn assistenten en POH’s hebben al genoeg ad hoc werk.’

Er is precies gebeurd wat ik wilde
‘Misschien wel het belangrijkste winstpunt van Buurtdokters is de omgang met uitgevallen personeel. Als iemand ziek is wil je empathisch zijn, maar er moet tegelijkertijd wel vervanging geregeld worden, en dat geeft weer kopzorgen. Er komt nu een manager voor meerdere kleine praktijken, die op vaste momenten, maar ook ad hoc beschikbaar is om dat soort problemen op te lossen. Dat is echt heel fijn.’


‘Buurtdokters is een jonge organisatie en soms hapert het nog wat in de communicatie. Maar als je ze daar attent op maakt sturen ze direct bij. En uiteindelijk is precies gebeurd wat ik wilde: focus op patiëntenzorg en meer structuur in de praktijk. Binnenkort starten we als team met coaching, om de onderlinge samenwerking te verbeteren. Dergelijke coaching krijgen alle buurtdokterpraktijken.’


‘Al met al voel ik mezelf niet meer de enige praktijkhouder. En mijn rol als werkgever is wezenlijk anders. Dat maakt het contact met assistenten meer ongedwongen. Financiële zaken, zoals de betalingsregeling na het inlezen van dossiers, daar hoeven ze gelukkig niet meer met mij over te praten. Ik ga over de patiëntenzorg.’